Maandelijks archief: maart 2016

De tijd van gegarandeerd pensioen is voorbij! Wat nu?

Het is tijd om het gegarandeerde pensioen bij het grofvuil te zetten. Want die garantie stelt in de praktijk toch weinig meer voor en leidt alleen maar tot frustratie.

Maar dat maakt het niet makkelijker voor jou om een pensioenplanning te maken?

In de plaats daarvan komt een inspanningsverplichting om per deelnemer ‘een zak geld’ bij elkaar te sparen voor het pensioen. Daarvoor pleit Gerard Riemen, de voorzitter van de Pensioenfederatie.

Een opmerkelijke ommezwaai, want het gegarandeerd pensioen, waarbij de deelnemer zekerheid heeft over de hoogte van het pensioen, was altijd de hoeksteen van het pensioenstelsel in Nederland. De tijd van het gegarandeerde welvaartvaste pensioen is als het aan de pensioenfondsen ligt voorbij, aldus Riemen.

De laatste jaren zat de klad er al in. Indexeren, het meegroeien met de loonstijging of de inflatie, was er voor de meeste pensioenfondsen al een tijdje niet meer bij. Sterker, er moest in enkele gevallen zelfs gekort worden toen de buffers te laag werden. Dat scenario dreigt nu opnieuw.

Riemen vindt het niet uit te leggen dat de pensioenen mogelijk moeten worden verlaagd terwijl het economisch goed gaat. En zo lang de rente laag blijft, is de kans op nieuwe kortingen levensgroot vreest hij. De lage rente maakt een gegarandeerd pensioen onbetaalbaar.

Pensioenfondsen moeten rekenen met de zogenoemde ufr, een rente die is afgeleid van de lange rente. Die ufr is het rendement dat pensioenfondsen zeker maken op hun beleggingen.Als ze gegarandeerde pensioenen beloven, moeten ze ook met gegarandeerde rendementen rekenen. Een lage rente betekent lage rendementen en dus een hele hoge premie om toch tot een pensioen van 70 procent van het gemiddelde loon te komen.

In de praktijk maken pensioenfondsen meestal betere rendementen. Viel het rendement toch tegen en dreigde een gat in de reserves, dan verhoogden de pensioenenfondsen de premie. Maar nu er steeds minder jongeren bijkomen is premieverhoging niet meer voldoende om gaten te dichten en moet gekort worden op pensioenen.

De pensioensector wil daarom van de hele rentediscussie af. In de toekomst moeten deelnemers te horen krijgen hoeveel geld er voor ze beschikbaar is op pensioendatum. Daar kan de deelnemer zelf een pensioen voor inkopen. Riemen wil wel dat risico’s als lang leven collectief worden gedeeld. De pot geld is dus niet volledig individueel.

Wat betekent dit voor jou?

Wil je daar meer over weten, neem dan contact met mij op!

Met vriendelijke groet,

Wilbert Boon

Help mijn pensioen wordt gekort!

HELP! MIJN PENSIOEN WORDT GEKORT!

Heb je onlangs een brief ontvangen van je pensioenfonds waarin ze je schrijven dat je pensioen wordt gekort? Of verwacht je dat die brief binnenkort op je deurmat valt? Dan is het goed om dit stuk te lezen.

Waarschijnlijk zit je niet te wachten op deze brief. Zeker niet nu alles toch al duurder aan het worden is. Helaas kan je er zelf weinig aan doen. Ik wil je graag uitleggen waarom je deze brief hebt gekregen. Ik ga je dus uitleggen waarom je pensioen gekort gaat worden.

Om te zorgen dat je straks genoeg pensioen hebt gebeuren er een aantal dingen.

  1. Ten eerste moet je weten dat elke euro die je nu betaalt, niet meer dezelfde waarde heeft op het moment dat je met pensioen gaat. Dat komt omdat de prijzen stijgen. Een brood wordt bijvoorbeeld steeds duurder. Wanneer je nu voor €1,- een brood kan kopen, dan kost een brood op het moment dat je met pensioen gaat misschien wel €2,-. We noemen dat inflatie. Om te zorgen dat je toch straks nog steeds dat brood kunt kopen van die €1,- pensioen die je hebt ingelegd, moet je geld dus €1,- meer waard worden. Dat probeert de partij die jouw pensioen beheert te bereiken door je ingelegde geld te beleggen in bijvoorbeeld aandelen, huizen of staatsleningen.
  2. Ten tweede moet je weten dat er een grote afhankelijkheid is met de gemiddelde levensverwachting (hoe oud worden mensen gemiddeld) in Nederland. Op basis van die verwachtingen wordt namelijk bepaald hoeveel pensioen jouw pensioenuitvoerder straks verwacht uit te moeten betalen. Nu worden mensen ouder dan we vroeger verwachten. Daarom is er meer geld nodig. Er zal immers langer (en dus meer) uitbetaald moeten worden.
  3. Ten derde stelt de overheid strenge eisen aan de financiële gezondheid van de pensioenuitvoerders. De overheid bekijkt of er voldoende geld beschikbaar is om, ook in het geval van tegenslag, alle huidige en nog toekomstige pensioenen te kunnen betalen. Dit wordt onder andere gemeten met de dekkingsgraad.

Regelmatig moet een pensioenfonds bekend maken hoe het financieel met het fonds gaat. Als het fonds niet aan de eisen van de overheid voldoet, dan moeten er maatregelen worden genomen. Als eerste maatregel moet het fonds een herstelplan maken waarin ze beschrijven welke maatregelen ze gaan nemen om weer financieel gezond te worden. Het korten van het pensioen kan één van die maatregelen zijn. Ook het verhogen van de pensioeninleg is een veel toegepaste maatregel.

WAT BETEKENT HET KORTEN VOOR MIJ?

Heb je de brief ontvangen? Dan wordt er waarschijnlijk ook een percentage genoemd. Dat percentage vertelt je hoe groot de korting zal zijn. Die korting geldt voor alle mensen die pensioen opbouwen bij jouw pensioenfonds. Van jong tot oud en ook voor de mensen die nog pensioen opbouwen, als ook voor de mensen die al pensioen krijgen. Voor jou betekent het dus dat, door korten, het pensioenfonds weer financieel gezond kan worden, maar jij dus minder pensioen krijgt.

Het is natuurlijk niet leuk als je gekort wordt op je pensioen. Ook is er in de pensioenwereld veel discussie over dit onderwerp. Niet iedereen vindt de korting nodig en andere mensen vinden juist dat er nog veel meer gekort moet worden. Ook speelt er een discussie over hoe de korting verdeeld kan worden tussen jong en oud.

En kan je er zelf nog iets tegen doen? Het antwoord is helaas nee. Wel kan je zelf extra gaan sparen voor je pensioen. Zo kan je de gevolgen van de korting opvangen. Dat kost dan uiteraard wel extra geld.

Zorg dat je zelf overzicht houdt over je totale financiële situatie, zowel nu als straks.

En daarbij help ik je graag!

Met vriendelijke groet, Wilbert Boon

Zeker zonder poen!

Zeker Zonder Poen

Zeker Zonder Poen
Zo wordt de zzp’er in de volksmond vaak genoemd, “zeker zonder poen”. Officieel is het natuurlijk de afkorting voor de zelfstandige zonder personeel of de freelancer. Sommige zelfstandigen noemen zichzelf grappend de “zelfstandige zonder pensioen”, anderen juist weer de “zelfbewuste zelfstandige professional”.

Feit is, dat het beroep van zelfstandige voor de een droom is, met veel vrijheid, eigen beslissingen en voor de ander een noodgedwongen stap na ontslag uit loondienst. Ook is duidelijk, dat dé zzp’er niet bestaat. Deze groep van meer dan 750.000 ondernemers bestaat uit kunstenaars, bouwers, zorgverleners, dienstverleners, kappers, postbezorgers etc. en is dus heel divers. Sommigen kunnen het hoofd amper boven water houden, anderen verdienen een dik besmeerde boterham als ondernemer.

Geen twee zzp’ers zijn hetzelfde.
Jarenlang heeft de overheid ondernemerschap gestimuleerd door allerlei fiscale voordelen te gunnen aan de ondernemers, waaronder dus ook deze zelfstandigen. Het al dan niet hebben van personeel is niet het criterium, maar het hebben van meerdere opdrachtgevers is wel van belang. Dat laatste om te voorkomen dat een loondienst zomaar vervangen kan worden door een zzp-opdracht.

Maar gedwongen door de crisis hebben veel werkgevers de zzp’er als truc ontdekt. Door dezelfde werknemer te ontslaan en opnieuw in te huren, wordt soms tot wel 30% op de loonkosten bespaard. De betreffende werknemer houdt bovendien, door alle fiscale voordelen, netto meer van zijn verdiensten over dan voorheen. Een win-win situatie lijkt het en iedereen tevreden.

Behalve de fiscus, want die mist inmiddels een fiks bedrag aan loonbelasting. Fiscus Zonder Poen. En in tijden van crisis doet dat ook hier pijn, zo blijkt uit het regeerakkoord, want door de fiscale voordelen terug te draaien proberen ze een bezuiniging door te voeren.
Maar het verhaal gaat verder knellen, als we kijken naar de sociale zekerheid. Een zelfstandige kan namelijk bij werkloosheid niet terugvallen op de WW en bij ziekte niet op een loondoorbetaling of WIA-verzekering. En voor zijn pensioen zal hij of zij ook zelf moeten sparen en zich verzekeren. Deze verborgen kosten verklaren voor een belangrijk deel waarom de werkgever zo’n 30% op de loonkosten bespaart.
Het is dus de verantwoordelijkheid van de zelfstandige zelf om deze voorzieningen te regelen. Voor werkloosheid is verzekeren helaas niet mogelijk. Maar voor alle andere aspecten zijn er vele manieren om dit te regelen. Het veelgehoorde argument dat verzekeringen te duur zijn en de contracten beklemmend gaat overigens niet meer op. Er is op dit terrein enorm veel veranderd. De premies voor levensverzekeringen zijn de laatste jaren bijvoorbeeld gehalveerd en contracten zijn bijna allemaal binnen een maand op te zeggen.
Als de fiscus zonder poen komt te staan, verhoogt hij de belastingen. Voor de zelfstandige gaat die vlieger niet op. Om niet te eindigen als zelfstandige zonder poen moet hij eerder zijn voorzieningen treffen en deze kosten in zijn prijs meenemen.

Wil jij een pensioenvoorziening treffen, neem dan contact met mij op!

Met vriendelijke groet, Wilbert Boon

Volpensioen

Iedereen wil zekerheid. In veel facetten van het leven doen we ogenschijnlijk veel moeite om risico’s uit te sluiten. We beveiligen onze woning tegen inbraak, hangen brandmelders op, installeren traphekjes tegen mogelijke verschrikkelijke valpartijen van onze kinderen en dragen een autogordel. We hebben voornemens om meer te gaan sporten, om ziekte te voorkomen, we proberen gezond te eten en zijn gericht op alles dat het evenwicht van ons dagelijks leven in gevaar brengt. Herkenbaar?

Bij het creëren van zekerheid en veiligheid kan een vooruitziende blik niet ontbreken. Omdat we weten dat ver vooruit kijken loont, hebben we bijvoorbeeld ons onderwijssysteem zo ingericht dat we kinderen in de eerste klassen van het middelbaar onderwijs al laten kiezen voor een carrièrerichting. Bij de aanschaf van een huis gaan we overeenkomsten aan voor tientallen jaren en we bezegelen huwelijken met de belofte van eeuwige trouw.

Het bovenstaande beeld doet vermoeden dat we vanaf jonge leeftijd klaargestoomd zijn om onze toekomstige financiële omstandigheden in kaart te brengen en een plan te hebben. Dat is veelal niet zo.

Ik heb ook geleerd dat ons pensioenstelsel verre van transparant is. Sterker nog, om alle (nieuwe) regelgeving en de dynamiek van de pensioenwereld te doorgronden heb ik veel tijd nodig voor permanente educatie tot aan mijn pensioenleeftijd…..

De combinatie van het onvoorspelbaar economische klimaat en het uitgroeien van ons pensioenstelsel tot een volstrekt ontransparant en kwetsbaar geheel, heeft mij voorlopig doen besluiten om zelf te sparen voor mijn pensioen. Ik mis maatwerk.

Ik bied jou dat maatwerk! Wil jij ook maatwerk, neem dan contact met mij op!

Met vriendelijke groet, Wilbert Boon

Solidariteit in pensioenregelingen!

SOLIDARITEIT IN PENSIOENREGELINGEN

In het leven geroepen om de risico’s in de pensioenregeling te verdelen. Het gaat dan om de risico’s rond sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid. Daar is niks mis mee. Immers met elkaar kunnen we dergelijke risico’s gemakkelijk delen. Individueel is dat nagenoeg onbetaalbaar. Bij verzekeringen zijn de bekendste voorbeelden dat we met zijn allen een premie betalen, zodat de financiële lasten verlicht worden bij brand of gezondheid. Maar wat zijn de risico’s in de pensioensfeer? Allereerst het sterfterisico (kort leven). Dat geeft aan dat er nog onvoldoende gespaard is, om de nabestaande een partnerpensioen te betalen bij voortijdig overlijden van de deelnemer. Je kunt je voorstellen dat als je na 1 jaar deelnemerschap overlijdt en je weduwe leeft nog 50 jaar, er niet voldoende geld in “jouw” pot zit om dat nabestaandenpensioen te kunnen betalen. Het langlevenrisico is het tegenovergestelde. De deelnemer leeft langer dan op grond van sterftekansen wordt verwacht. De pot is dan op een gegeven moment ook leeg. Bij de meeste pensioenfondsen wordt de pensioenopbouw ook voortgezet wanneer de deelnemer arbeidsongeschikt wordt. Ook dat moet ergens van betaald worden. Dit is opgelegde solidariteit in pensioenregelingen.

JONG BETAALT VOOR OUD

Vervelender wordt het als in collectieve pensioenverzekeringen (veelal in bedrijfstakpensioenfondsen) doorsneepremies worden gehanteerd. Dat is een systeem waarbij de per werknemer berekende pensioenkosten van alle deelnemende bedrijven in een bedrijfstak opgeteld worden en vervolgens verdeeld worden over alle deelnemers aan de regeling als bijvoorbeeld een percentage van de totale loonsom. Hierdoor is voor iedere deelnemer het percentage dat men betaalt voor pensioenen gelijk.

Nu is het in de praktijk echter zo dat de prijs voor pensioen voor iedereen verschillend is. De prijs voor ouderdomspensioen wordt hoger en hoger naarmate je ouder wordt. Dat heeft twee redenen.

Ten eerste: pensioengelden worden belegd en naarmate je dichter bij je pensionering komt, kan degene die de beleggingen uitvoert één jaar minder beleggen. De pensioenpremie van een 30-jarige die op zijn 67e met pensioen gaat, kan nog 37 jaar worden belegd en daardoor geld opbrengen. Voor een 55-jarige is dat nog maar 12 jaar.

Ten tweede: elk jaar dat je één jaar ouder wordt, hoor je niet meer tot degene die dat jaar hadden kunnen overlijden en ben je dus één jaar dichter bij de uitkering die je gaat krijgen op je 67e. Pensioen krijg je alleen als je op je pensioendatum nog leeft. Hoe dichter je bij die datum komt, hoe groter de kans dat de pensioenverzekeraar moet uitkeren. Daar betaal je dus voor.

Concluderend kan je zeggen dat jongeren minder premie hoeven te betalen dan ouderen. Echter met het systeem van doorsneepremie betaalt iedereen hetzelfde percentage en betalen jongeren daarom “te veel” en ouderen “te weinig”. Het omslagpunt ligt rond de 45e verjaardag. Zolang je 40 jaar bij dezelfde werkgever blijft, geeft dat natuurlijk niet. Je gaat er dan vanuit dat in de toekomst de jongeren in die tijd betalen voor jouw pensioen, dat heb jij indertijd tenslotte ook gedaan. Ook als je van werkgever veranderde, kwam je vaak weer in een vaste baan waar hetzelfde systeem gold.

premie-als-percentage-van-salaris_1348x716_pggm

DE HUIDIGE TIJD

Dat is nu niet meer zo. Jongeren krijgen niet direct een vaste baan en hoppen makkelijker van de ene naar de andere baan, met weer een tijdelijk contract. Pensioenopbouw is dan niet vanzelfsprekend.

Het wordt nog vervelender, in deze economische tijden, nu jongeren ook meer en meer tegen een langere periode van werkloosheid aanlopen en zich “gedwongen” voelen als ZZP’er aan de slag te gaan. Als ZZP’er bouw je geen pensioen op, daar moet je zelf voor zorgen. Er is immers geen werkgever meer die daar voor zorgt. Heb je de eerste werkzame jaren uit solidariteit teveel premie betaald toen je nog bij een werkgever werkte, dan is dat premie die je nooit meer terugziet. Je loopt dan ongeveer vanaf je 45e de lagere premie mis. En pensioenopbouw in de eerste jaren als ZZP’er komt er vaak niet van, omdat je je geld nu eenmaal maar één keer kan uitgeven en dat heb je nodig om je bedrijf op te zetten en uit te bouwen.

Kortom “jong” betaalt voor “oud”. Bij bedrijfstakpensioenfondsen (alle werknemers in een bepaalde bedrijfstak zitten in één pensioenfonds, bijvoorbeeld alle havenwerknemers) betalen alle bedrijven in die bedrijfstak dezelfde premie. Bedrijven met veel jonge mensen betalen dan ook voor bedrijven met veel oudere werknemers.

LAGE LONEN BETALEN VOOR HOGE LONEN

Daarnaast betalen lagere lonen voor hogere lonen. Dit zijn veelal ook altijd jongeren en ouderen. Dat komt door de franchise, het bedrag dat de AOW voorstelt in een pensioenregeling en waarover je dus geen pensioen opbouwt. Het pensioen van je werkgever komt immers bovenop je AOW. Stel je verdient €26.000 en de franchise is €13.000, dan bouw je dus over de helft (50%) van je salaris pensioen op (€26.000-€13.000). Stel je directeur verdient €150.000 dan bouwt hij over (€150.000-€13.000) €137.000 pensioen op, dat is 91% en dus bijna het dubbele.

AOW

En dan de AOW.  Die is gebaseerd op een omslagstelsel. Dat betekent dat de werkenden van nu, betalen voor de uitkeringen van alle AOW’ers van nu. In 2011 betaalden 4 werkenden de AOW voor één niet-werkende. Volgens berekeningen is dat in 2040 2 werkenden die de AOW, voor één niet werkende opbrengen. Het betekent dat de werkende 2 keer zoveel moet betalen, terwijl er grote onzekerheid is over zijn eigen toekomstige AOW. Indien de premie gelijk blijft, ontvangt de niet werkende nog ongeveer de helft van wat nu krijgt. Een boeiende discussie, waarbij je je af moet vragen of de veel meer individualistisch ingestelde jongere een zeer hoge premie wenst te betalen voor een uitkering waarvan hij geen idee heeft of die er nog is, als hij straks gepensioneerd is.

CONCLUSIE

Bij verzekeringen speelt solidariteit een belangrijke rol. Een rol die we als nuttig en sociaal ervaren. Het gaat dan in pensioenregelingen rondom sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid. Zo teruglezend zit er toch een behoorlijke scheefgroei in de solidariteit. En dan hebben we het nog niet eens over het feit dat mensen zonder nabestaanden betalen voor mensen met nabestaanden of dat mannen betalen voor vrouwen (vrouwen worden immers ouder en genieten dus langer van hun pensioen). Voor het nabestaandenpensioen is dat natuurlijk net andersom (de kans dat een vrouw voor de man sterft) enzovoorts, maar dat is wellicht wat voor een volgende keer.

Kortom, wij babyboomers hebben een aantal zaken benoemd als solidariteit die daar niet echt thuishoren. Dat zijn zaken die door volgende generaties ongetwijfeld rechtgetrokken worden. Overigens herinner ik me dat in de jaren ‘90 deze discussie ook al werd gevoerd, maar na al die jaren heeft dat nog steeds niet geleid (of misschien maar mondjesmaat) tot verbetering.

WIL JE MEER WETEN?

Neem dan contact met mij op! Ook bijvoorbeeld als je als beginnende zzp-er een brief van je bedrijfstakpensioenfonds hebt gekregen, met een voorstel om de pensioenregeling voor te zetten, dan kan ik samen met jou kijken of dat interessant voor je is!

Met vriendelijke groet, Wilbert Boon